Vivian Tevreden debuteert bij Uitgeverij HENS

Vivian Tevreden schreef een prachtig boek. Vivian heet het (als werktitel), met als ondertitel: Een Caraïbisch levensverhaal. Het verhaal is geïnspireerd op het leven van haar grootmoeder Vivian, over de generaties die vooraf gingen, en die volgden. Wat opviel bij lezing van het manuscript was de kracht van de vrouwen die we volgen door de tijd, en het unieke inkijkje dat we krijgen in de geschiedenis van ‘de koloniën’, verteld vanuit hun blik. Daarom past het boek bij Uitgeverij HENS: boeken over hoe het anders kan (en moet), boeken die een andere blik werpen op wat we denken te kennen. De komende maanden werken we samen met Vivian aan de eindredactie van het boek. We hopen dan nog voor komende zomer het Caraïbische levensverhaal over Vivian en haar voorouders de wereld in te kunnen sturen.

Vivian Tevreden: ‘Het is echt mijn verhaal geworden, zoals ik het vertellen wil’

Wie is Vivian Tevreden?
“Ik ben moeder van twee kinderen, getrouwd met Frans, de liefde van mijn leven. Schrijven is het liefste wat ik doe – naast lezen, zeilen, suppen en surfen. Schrijven deed ik al op Curaçao, waar ik in 1973 geboren ben als dochter van een Nederlandse moeder en een Antilliaanse vader. Toen ik leerde schrijven op school, slaakte ik echt een zucht: nu kan het beginnen. Ik lag uren op mijn buik op de koele vloer in ons huis om verhalen te schrijven, en brieven aan mijn moeder.
Ik was een kind dat graag observeerde, vanuit enige afstand de dingen bekeek en beschreef. Ook praatte ik graag met grote mensen. Ook toen al nam ik het initiatief om dingen samen te doen. Maar ik ben er niet afhankelijk van, ik doe ook graag dingen alleen; ik ben tamelijk autonoom.”

Hoe is het manuscript van je boek tot stand gekomen?
“Ik voel me enorm verbonden met het verhaal dat verteld moest worden. Het is geïnspireerd op het leven en het karakter van mijn oma Vivian. Net als zij in het boek háár oma voortdurend ‘waarneemt’, als een aanwezigheid die altijd bij haar is, zo ervaar ik dat ook met míjn oma. Ik wilde háár verhaal vertellen, en het verhaal van vrouwen als zij, gemangeld door de geschiedenis van kolonialisme en slavernij, onderdrukt als vrouw-van-kleur. Tegelijk wilde ik de enorme kracht laten zien waarmee zij zich staande houden.
Ik begon met onderzoek in archieven en geschiedenisboeken en sprak op Curaçao met mijn tante, de dochter van mijn oma. Ik wilde aanvankelijk zo dicht mogelijk bij de waarheid blijven. Maar ik merkte dat ik van archiefonderzoek geen energie kreeg. Ik werkte toen al met een redactrice die mij steeds feedback gaf op wat ik had geschreven: Alice van Gorp. Zij stelde mij de cruciale vraag: wat voor boek wil je schrijven? Door haar mooie vragen wist ik uiteindelijk dat het een roman moest worden. Ik had de vrijheid nodig om het verhaal op te schrijven zoals ik het wilde. In het boek zijn nu aspecten gebaseerd op de realiteit en op mijn fantasie. Het decor, de plekken waar het verhaal zich afspeelt, kloppen meestal met hoe het echt is. Maar wat er in het decor gebeurt, is echt mijn verhaal geworden, zoals ik het vertellen wil.”

Hoe schrijf je?
“Als ik schrijf, zit het verhaal bij me aan tafel, zo voelt het echt. Schrijfster Elizabeth Gilbert noemt het ‘big magic’: het verhaal schrijft zich voor een deel vanzelf en maakt contact met jou als schrijver om geschreven te worden. Ik ervaarde dat heel sterk met een van de personages: midden in de nacht diende die zich plotseling aan en hij moest erin, hoe naar ik hem ook vond. Natuurlijk werkt ook je verstand mee, om de stroom van je fantasie te beteugelen, maar belangrijk voor mij is om het verhaal de ruimte te geven zich te ontwikkelen zoals het zich ontwikkelen wil.
Uiteindelijk heb ik het boek in een jaar tijd geschreven. Ik ben een halve dag minder gaan werken en op die middag zette ik mijn telefoon en e-mail uit en ging ik schrijven. Verder schreef ik op vele zondagen en in alle vakanties van dat jaar. Ik had nooit gebrek aan inspiratie. Als ik ging zitten, begon het te stromen. Later streepte ik dan wel weg wat ik niet kon gebruiken.”

Wat wens je je boek toe?
“Dat het goed gaat verkopen, ook in de Engels vertaling die we gaan maken. Dat betekent dat het verhaal zijn weg vindt en gelezen wil worden, het verhaal over de kracht van vrouwen die in stilte, ongezien, tegen de stroom in hun weg hebben gevonden. Die vrouwen wil ik in de schijnwerpers zetten, zodat we leren kijken vanuit hún perspectief. Dat is hard nodig, ook bij de mensen die het aangaat. Toen ik mijn man voorstelde aan mijn oma, stond zij erop dat hij als eerste naar binnen ging, in haar eigen huis nota bene. Hij was tenslotte ‘de witte man die het altijd voor het zeggen had gehad’. En mijn eigen vader wilde toen hij studeerde in Nederland niet in een treincoupé zitten, maar nam altijd plaats in het halletje, op een stoeltje bij de deuren. Dat had hij bedacht na vervelende ervaringen als zwarte man in Nederland. Zelf maakte ik het mee toe ik studeerde. Voor mijn scriptie had ik een acht, en ik had misschien wel graag willen promoveren. Maar er was niemand die het mij vroeg. Later ontdekte ik dat studiegenoten wel waren gepromoveerd. Ze bleken allemaal te zijn gevraagd. Natuurlijk zal ik nooit zeker weten of het te maken had met mijn kleur. Maar promoveren, dat doe ik misschien alsnog. Ik hou van studeren. Als ik het doe, doe ik het omdat ik het wil. Ik hoef niets meer te bewijzen. Maar nu is eerst dit boek aan de beurt!”

Van welke boeken hou je zelf?
“Zonder lezen kan ik niet leven, dus ik lees heel veel. Ik hou van eerlijke boeken die zonder veel franje zeggen waar het op staat, zoals Eus van Özcan Akyol, een heerlijk rauw boek over de zoektocht van een jonge man in een moeilijke thuissituatie, op zoek naar zijn reden van bestaan. Mijn absolute lievelingsboek is Aiden Chambers’ This is All: the pillow book of Cordelia Kenn. Het boek volgt het levensverhaal van Cordelia. Het is zo geschreven dat ik met haar meeleef, me verdrietig met haar voel, ik haar alles gun en bang ben met haar. Cordelia zelf is lief, onredelijk, stoer, eenzaam, boos, onzeker en sensueel en wringt zich met al die kwaliteiten in gekke en gewone situaties. Ergens hou ik ontzettend van haar. Wat ook te gek is aan dit boek, is dat de schrijver op een bijzondere manier met de bladspiegel speelt.
Prachtig vond ik ook de bundel columns van Dichter des Vaderlands Babs Gons: Alles wat je liefhebt wordt mooi. Babs is in staat heel liefdevol te kijken naar de wereld om ons heen en kan dat ook nog liefdevol opschrijven. De teksten van zangeres Izaline Calister wil ik ook graag noemen, vooral Mi pais (Mijn land). Izaline verwoordt precies hoe mooi en kwetsbaar het eiland is, waar zij en ik zijn geboren. Met de prachtige muziek die ze erbij componeert voel ik weer helemaal hoe het daar is. Luister maar…

Uitgeverij Hens

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *